{Kilfenora Logo keltische letter%name%}
Irish Softcoated Wheaten Terriers


 

 

 

De Wheaten is een vrolijke, happy go lucky terrier, maar geen hond voor iedereen. Wheatens zijn van zichzelf redelijk rustige, volgzame en zelfverzekerde honden, maar ze moeten wel goed (=consequent) worden opgevoed. Is een wheaten goed opgevoed, dan heb je er een geweldige huisvriend bij. Beter kan haast niet. Een uitgebreide beschrijving vindt u op de website van de Wheatenclub

De Irish Soft Coated Wheaten Terrier verhaart niet zoals veel honden in de lente en herfst. Wel moeten losse haren goed uit de vacht worden weggehaald omdat anders klitten ontstaan en de vacht vervilt. De uitstraling die we met de verzorging van de Irish Soft Coated Wheaten Terrier willen bereiken, is een ​​natuurlijk maar verzorgd uiterlijk. Regelmatig kammen van de vacht met een niet te fijne kam is nodig om de vacht klittenvrij te houden.

Wilt u meer weten en onze Wheatens eens in het echt zien, neem dan contact met ons op en kom onze honden van dichtbij bekijken.

FCI Standaard

Algemeen voorkomen: Een geharde, actieve hond met een korte lendenpartij, goed gebouwd, een indruk van kracht gevend. Niet te hoog en niet te laag op de benen.
Belangrijke verhoudingen: Voorsnuit niet langer dan de schedel.
Gedrag & Temperament: Levendig en dapper. Goedgehumeurd. Zeer aanhankelijk en trouw aan zijn eigenaren. Hoogst intelligent. Een betrouwbare, trouwe vriend, verdedigend, maar niet agressief.
Hoofd: Over het geheel kracht zonder grof te zijn. Het haar van dezelfde kleur als op het lichaam.
Schedel: Hoofd lang, in goede verhoudingen tot het lichaam. Schedel vlak en zuiver tussen de oren, niet te breed.
Stop: duidelijk.
Lichaam: Compact en niet te lang. Vlakke bovenbelijning.
Schouders: fijn, goed schuin liggend, gespierd.
Borstkas: diep, met ribben goed gewelfd.
Lendenen: kort en krachtig.
Dijen: sterk en gespierd.
Staart: goed aangezet, niet te dik. Vrolijk gedragen. Gecoupeerd tot op nderde van de totale lengte, of na de 6e wervel, voor zover dit in overeenstemming is met de verhouding tot het lichaam.

Aangezichtsgedeelte
Neus: zwart en goed ontwikkeld.
Kaken: sterk en vastsluitend.
Wangen: geen duidelijk zichtbare botten.
Gebit: tanden groot, regelmatig, schaar-of tanggebit, onder- noch bovenvoorbijtend.
Ogen: donker, donker hazelnoot, niet te groot, niet uitpuilend, goed geplaatst.
Oren: klein tot middelgroot, naar voren gedragen op n lijn met de schedel. Donkere onderlaag op het oor toegestaan en niet ongewoon, vergezeld van een lichtgekleurde beharing er overheen. Roze-oor of "gevouwen" oor verwerpelijk.
Hals: Middelmatig lang en sterk, maar niet zwaar. Zonder keelhuid.

Ledematen
Voorhand: voorbenen, vanaf elke kant bezien, volkomen recht. Stevige botten en goed gespierd.
Achterhand: goed ontwikkeld met krachtige spieren. Gehoekt in de knien.
Spronggewricht: goed laag, naar binnen noch naar buiten draaiend.
Wolfsklauwen: dienen verwijderd te worden.
Voeten: klein, niet gespreid. Nagels bij voorkeur zwart, andere kleuren toegestaan

Vacht
Haar: zacht en zijdeachtig aanvoelend, niet grof. Jonge honden worden hiervan uitgezonderd. Trimmen is toegestaan.
Getrimde hond: vacht getrimd tot dicht op de huid bij de hals, borst en schedel, vooral lang boven de ogen en bij de onderkaak. Snorren goed ontwikkeld. Overvloedige bevedering aan de benen. De romp wordt zodanig getrimd dat de contouren van het lichaam zichtbaar zijn. Staart kortgetrimd en netjes taps toelopend.
Ongetrimde hond: de vacht mag op zijn hoogst niet meer dan 12,7 cm lang zijn. Overvloedig en zacht, gegolfd of met losse krullen. (Overvloedigheid niet uit te leggen als lengte).
Onder geen voorwaarde mag de vacht een donzig, bol idee geven als bij de Old English Sheepdog of de Poedel. Honden als zodanig geshowd moeten onverbiddelijk achteruit gezet worden, want ze geven een verkeerd beeld van type en ras. Speciale aandacht wordt gevraagd voor de ontwikkeling van de vacht in de jeugd. Aangezien puppys zelden geboren worden met de vacht die voor de volwassen hond vereist is, moet men voorzichtig zijn wanneer men dit punt wil beoordelen. Ze ondergaan verscheidene veranderingen in kleur en vachtsamenstelling vr ze de "volwassen" vacht hebben. Gewoonlijk wordt deze verkregen tussen de 18 maanden en 2 jaar.
Puppys worden typegetrouw geboren. Ze zijn rood, grijs en soms zuiver tarwekleurig. Meestal met zwarte maskers. Soms een zwarte streep midden op de rug of zwarte vlekjes in de vacht van de romp. Deze donkere tekening verdwijnt gedurende de groei.
Op geen enkele leeftijd is zwart in de vacht toegestaan, met uitzondering van de voorsnuit die gelijk verkleurt en de oren, zoals eerder genoemd (zie oren).
Kleur: Elke schakering van licht-tarwe tot een rood-gouden tint.

Gang en Beweging
Gangen: bij het komen en gaan moeten de benen zich in een recht vlak naar voren en naar achteren bewegen. Goed aangesloten ellebogen.
Beweging: van opzij gezien: vrije, soepele, harmonische bewegingen.

Maten en Gewicht
Schofthoogte: reuen 46 - 48 cm. Teven iets kleiner.
Gewicht: Reuen 15,75 - 18 kg. Teven iets minder.
Fouten: Ondervoorbijten. Overbijten. Neus een andere kleur dan zwart. Een volwassen vacht die niet geheel zuiver tarwekleurig is. Nervositeit. Kwaadaardigheid.
Diskwalificerende fouten: Gele ogen. Bruine vacht. Witte vacht. Doffe, dikke, wollige of katoenachtige structuur van de vacht.
Opmerking: Reuen moeten twee duidelijk waarneembare, normale teelballen hebben die geheel in de balzak zijn ingedaald.

 


{%Website
Footer%}